Oestour in Zeeland oesters rapen, openen en bereiden. En eten!

Scroll

Oesters alleen voor the rich and famous? Nee hoor, op nog geen uur rijden van Rotterdam, aan de oevers van de Oosterschelde liggen ze voor het oprapen. En dat is precies wat we gaan doen, want we doen een dagje Oestour!


Wie denk dat dit een luxe uitje is heeft het mis. We moeten echt aan het werk, want de dresscode voor vandaag is kaplaarzen, werkhandschoenen en een regenjas. Bijbehorende accessoires zijn een emmer en een schroevendraaier. Dat belooft wat.

In de Nederlandse zoute wateren barst het van de wilde oesters, ze gedijen hier erg goed. Zo goed dat de Zeeuwse oester wel 40 centimeter groot kan worden! De van oorsprong Japanse oester (ook wel Zeeuwse kromme oesters of Zeeuwse Creuse genoemd) heeft in de oesterwereld een erg goede naam. Ze horen echt wel in het rijtje Belon, Creuses blanches de Normandie, Fines de claire en Gillardeau.
Het wildrapen is toegestaan, maar wel met mate: per persoon maximaal 10 kilo. Waar je moet zijn kun je onder andere vinden op de wildplukwijzer.

We komen aan in Wilhelminadorp en rijden richting de dijk, hier is de haven ‘Goese Sas’ en ook het Café Restaurant Het loze Vissertje. Vanuit hier wordt de Oestour door Sonja en haar man georganiseerd. De groep is best groot vandaag, zo’n 35 personen. We hebben nog even de tijd want echt eb is het nog niet. Het is echt herfstweer met flinke buien, dus iedereen heeft regenjassen, regenpakken en hoge laarzen aan om enigszins droog te blijven. Na een korte uitleg over wat we gaan doen gaan we naar de dijk. Iedereen heeft zijn emmer en schroevendraaier mee. We mogen aan de gang; met de schroevendraaier kunnen de schelpen losgewrikt worden van de strekdam, maar het blijkt al snel makkelijker gewoon de losse schelpen van het zand te rapen.

Zo af en toe maken we vast een oestertje open, en met een klein scheutje Hermit Gin (met gedestilleerd Oosterscheldewater gemaakt) smaken de oesters echt top.

Tijd om te genieten!

Na zo’n 45 minuten in de regen zijn de meeste emmers vol en gaan we terug naar Het Loze Vissertje, waar het haardvuur buiten brand. De tafels inmiddels zijn voorzien van lekkere dressings, salades, brood en van alles om de oesters mee op smaak te brengen. Ook twee barbecues staan aan, voor het gratineren en stomen van de oesters. Wat een feestje dit!
We eten ons drie slagen in de rondte; zo vers heb je nog nooit oesters gegeten. Klassiek met een beetje rode wijnazijn en sjalotjes, of lekker gegratineerd met broodkruim en oude kaas, dan weer met een oriëntaalse dressing, heerlijk! Johan had zelfs een oester van zo’n 25 centimeter geraapt (zie foto’s) die hij zo rauw in drie keer naar binnen slurpte. Dat zou ik niemand aanraden, een grote oester is zeker niet lekkerder dan een kleine oester en het eet niet echt lekker weg.

De oesters kunnen makkelijk een week bewaard worden, als ze koel en droog gehouden worden. De truc is om met wat gewicht ervoor te zorgen dat de oesters hun schelp niet open gaan zetten, dus de emmer staat buiten (het is zo’n 6 graden) met een paar bakstenen erop.
Het was erg leuk om te doen, wij kunnen het iedereen aanraden! Zéker als je een feestje hebt en indruk wilt maken op je gasten is het echt de moeite waard om richting Goes af te reizen!

img_6804

Delen:Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestEmail this to someone

Submit a comment

%d bloggers liken dit: